ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6838
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- D. van den Brink
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid in voorlopige hechteniszaak
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een mondeling wrakingsverzoek in tegen een lid van de meervoudige raadkamer die besliste over zijn gevangenhouding. Dit verzoek was gebaseerd op de stelling dat de rechter eerder ten nadele van verzoeker had beslist in een hoger beroep van de officier van justitie tegen een eerdere beslissing van de rechter-commissaris.
De rechtbank overwoog dat het enkele feit dat dezelfde rechter eerder op de vordering tot inbewaringstelling had beslist, niet automatisch leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De raadkamer beoordeelt immers opnieuw of de gronden voor voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig zijn, op basis van artikel 67 Sv Pro.
De rechtbank stelde vast dat er geen feiten of omstandigheden waren die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor het ontbreken van rechterlijke onpartijdigheid. Zowel het subjectieve als het objectieve criterium voor wraking werden niet gehaald. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
De beslissing werd mondeling uitgesproken tijdens de raadkamerzitting van 22 juni 2009 en schriftelijk bevestigd in deze beschikking. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open volgens artikel 515 lid 5 Sv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.