ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6826
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H. van Zutphen
- H.J. Bunjes
- C. Kraan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding raadsman wegens samenhangende milieudelictzaken
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 591a Sv voor vergoeding van kosten van haar raadsman en een forfaitaire vergoeding voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. Het verzoek betreft een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke overtredingen van de Wet bodembescherming en de Wet milieubeheer, verdeeld in twee deelonderzoeken [R] en [S], beide gerelateerd aan het project Noord-Zuidlijn.
Het deelonderzoek [R] betrof de afvoer van grondjetgroutspoil en bentonietslurry van 1 januari 2004 tot 1 oktober 2005, waarbij verdenking bestond van medeplegen of functioneel daderschap zonder vergunning. Het deelonderzoek [S] betrof de afvoer van jetgroutspoil van 25 mei 2005 tot 17 december 2005 met verdenking van overtreding van zorgplichtbepalingen. Verzoekster is vrijgesproken van de verdenkingen uit het deelonderzoek [R], maar het OM heeft hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak in het deelonderzoek [S].
De rechtbank overweegt dat de verdenkingen uit beide deelonderzoeken zodanig met elkaar samenhangen dat zij als één zaak moeten worden beschouwd. Hierdoor is de zaak nog niet onherroepelijk geëindigd en kan verzoekster geen vergoeding op grond van artikel 591a Sv krijgen. De rechtbank wijst erop dat de verdenkingen betrekking hebben op dezelfde locatie, overlappende perioden, één overkoepelend onderzoek en één inleidende dagvaarding. Ook kan de raadsman niet onderscheiden welke gedeclareerde tijd aan welk deelonderzoek is besteed.
Daarom verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek om vergoeding. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om vergoeding van raadsman kosten wegens samenhang van deelonderzoeken en lopend hoger beroep.