ECLI:NL:RBAMS:2009:BL5243
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en polisdekking bij brand door opzettelijk gaten branden in lichtkoepel school
Op 6 juni 2004 ontstond brand in een schoolgebouw doordat drie vijftienjarige jongens gaten brandden in een plastic lichtkoepel om in te breken in de gymzaal. De hoofdaannemer leed schade van ruim 929.000 euro, vergoed door CAR-verzekeraars die subrogatie uitoefenen.
De jongens waren medeverzekerd via de aansprakelijkheidsverzekeringen van hun ouders, die dekking weigerden op grond van een opzetclausule in de polisvoorwaarden. De CAR-verzekeraars dagvaardden de aansprakelijkheidsverzekeraars en de jongens en hun ouders.
De rechtbank oordeelde dat de jongens hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:166 lid 1 BW Pro vanwege hun groepsgedrag en opzet op het branden van gaten in de lichtkoepel. De ouders werden niet aansprakelijk gehouden wegens voldoende toezicht. De verzekeraars mochten terecht de opzetclausule toepassen omdat het handelen van de jongens als crimineel gedrag kwalificeert. De schadevergoeding aan CAR-verzekeraars werd gematigd tot 50.000 euro wegens draagkracht en leeftijd van een van de jongens.
De vorderingen tot dekking onder de aansprakelijkheidsverzekeringen werden afgewezen. De rechtbank wees de kostenveroordelingen toe en compenseerde de proceskosten in het vrijwaringsincident.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt een van de jongens tot een gematigde schadevergoeding en wijst de vorderingen tot dekking onder de aansprakelijkheidsverzekeringen af.