ECLI:NL:RBAMS:2009:BL1676
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek schadevergoeding wegens nog niet geëindigde strafzaak
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade en kosten als gevolg van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak waarin hij deels is vrijgesproken en deels veroordeeld. De zaak betreft drie feiten, waaronder openlijke geweldpleging en diefstal met bedreiging.
De rechtbank heeft vastgesteld dat tegen het arrest van het gerechtshof cassatie is ingesteld bij de Hoge Raad, waardoor de zaak nog niet in kracht van gewijsde is gegaan. Dit betekent dat de zaak nog niet definitief is geëindigd zoals bedoeld in artikel 89, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat het verzoek tot vergoeding van schade en kosten premature is en verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoeken ex artikel 89 en Pro 591a Sv. De rechtbank wijst erop dat vergoeding alleen kan worden toegekend indien de zaak definitief is afgesloten zonder oplegging van straf of maatregel.
De rechtbank heeft de standpunten van verzoeker en het openbaar ministerie gehoord, waarbij het OM zich primair op niet-ontvankelijkheid stelde en subsidiair instemde met een eventuele vergoeding indien de zaak wel was geëindigd. De rechtbank volgt het primair standpunt en wijst de verzoeken af.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding en kostenvergoeding wegens lopend cassatieberoep.