ECLI:NL:RBAMS:2009:BL1591
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens ontbreken dubbele strafbaarheid bij verkeersongeval met dodelijke afloop
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een verdachte aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens een verkeersongeval met dodelijke afloop. Het EAB betrof een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende schuld bij een ongeval waarbij een passagier overleed en een ander ernstig gewond raakte.
De rechtbank onderzocht of het feit waarvoor overlevering werd gevraagd, ook onder Nederlands recht strafbaar is met een vrijheidsstraf van ten minste twaalf maanden, zoals vereist door de Overleveringswet. Uit de feitelijke omschrijving bleek dat de verdachte de controle over zijn voertuig verloor op een natte weg en daardoor op de verkeerde weghelft terechtkwam, met een botsing tot gevolg.
De rechtbank oordeelde dat deze gedragingen niet voldoende aanknopingspunten bieden om schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 aan te nemen. Hoewel het feit valt onder artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994, is de strafdreiging daarvan onvoldoende (maximaal twee maanden hechtenis) om aan het vereiste van dubbele strafbaarheid te voldoen. Daarom werd de overlevering geweigerd.
De rechtbank hoefde daardoor niet in te gaan op subsidiaire verweren of verzoeken om aanhouding van de procedure. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens het ontbreken van dubbele strafbaarheid onder Nederlands recht.