ECLI:NL:RBAMS:2009:BL0290
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering statutair directeur tot opheffing schorsing wegens gebrek aan spoedeisend belang
De zaak betreft een kort geding waarbij de statutair directeur van Amtrada Holding B.V. vordert dat zijn schorsing wordt opgeheven en dat hij weer zijn functie kan uitoefenen. Hij stelt dat de schorsing onterecht is en dat er geen acuut onhoudbare situatie bestaat die een schorsing rechtvaardigt. De directeur wijst op zijn goede staat van dienst en betwist de redenen voor zijn schorsing.
De Raad van Commissarissen heeft de directeur op 16 oktober 2009 met onmiddellijke ingang geschorst vanwege een ernstige vertrouwenscrisis binnen de directie en de Raad van Commissarissen, mede veroorzaakt door moeizame samenwerking en kritische uitlatingen van de directeur. De schorsing geldt tot de buitengewone aandeelhoudersvergadering van 5 november 2009, waar een voorstel tot ontslag van de directeur op de agenda staat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de schorsing rechtmatig is genomen en dat geen sprake is van een lichtvaardig besluit. De directeur heeft zijn zienswijze kunnen geven en er zijn voldoende feiten die wijzen op een acuut onhoudbare situatie. Het belang van de directeur om voor drie dagen weer aan het werk te kunnen, weegt niet op tegen het belang van de vennootschap bij handhaving van de schorsing. Ook de gevorderde rectificatie wordt afgewezen. De directeur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van de schorsing en rectificatie wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en gegrondheid van het schorsingsbesluit.