ECLI:NL:RBAMS:2009:BK6060
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Strafzaak over reclame-uiting voor softdrugs in coffeeshop en toepassing artikel 3b Opiumwet
De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte wegens het opzettelijk openbaar maken van reclame-uitingen gericht op de verkoop van softdrugs, in de vorm van visitekaartjes met naam, internetadres en routebeschrijving van een coffeeshop.
De tenlastelegging betrof het bezit en verspreiden van ongeveer 17.000 visitekaartjes, waarvan circa 100 zichtbaar waren voor klanten in de coffeeshop en de rest in het magazijn lag. De rechtbank oordeelde dat het enkel in voorraad hebben van deze kaartjes in het magazijn geen strafbare openbaarmaking oplevert, maar dat het aanbieden van de kaartjes aan bezoekers van de coffeeshop wel een strafbare poging tot openbaarmaking vormt.
De rechtbank verwierp verweren over strijdigheid met artikel 7 EVRM Pro, het gelijkheidsbeginsel en het una via-beginsel. De strafrechtelijke vervolging werd passend geacht vanwege het belang van terugdringing van softdrugsgebruik. Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit (voltooide openbaarmaking), maar veroordeeld voor de poging tot openbaarmaking en kreeg een geldboete van €400, bij niet-betaling te vervangen door 8 dagen hechtenis. De inbeslaggenomen visitekaartjes werden onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €400, bij niet-betaling te vervangen door 8 dagen hechtenis, wegens poging tot openbaarmaking van reclame-uitingen voor softdrugs.