ECLI:NL:RBAMS:2009:BK5964

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
28441/08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • S.G. Ellerbroek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Arbeidsovereenkomst blijft van kracht na betwisting beëindigingsovereenkomst door werknemer

De werknemer trad op 23 november 2007 in dienst bij de werkgever als caissière met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 29 mei 2008 werd zij beschuldigd van fraude en kreeg zij een brief voorgelegd waarin stond dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden was beëindigd, welke zij ondertekende. Kort daarna werd zij door de politie meegenomen, maar er volgde geen strafrechtelijke vervolging.

De werknemer stelde dat zij niet wist wat zij ondertekende en dat haar wil niet gericht was op beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waardoor geen geldige beëindigingsovereenkomst tot stand kwam. De werkgever stelde dat er geen sprake was van een vernietigbare rechtshandeling en dat de overeenkomst rechtsgeldig was.

De kantonrechter oordeelde dat de werknemer door de beschuldiging en politie-ingrijpen een hevige gemoedsbeweging had waardoor zij zich niet bewust was van de strekking van de verklaring. De werkgever had moeten inzien dat de ondertekening geen duidelijke en ondubbelzinnige instemming inhield. Daarom kwam geen beëindigingsovereenkomst tot stand en bleef de arbeidsovereenkomst van kracht tot de oorspronkelijke einddatum.

De werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon over de periode na 29 mei 2008, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 25%, en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst blijft van kracht en de werkgever moet loon betalen over de periode na 29 mei 2008 met rente en wettelijke verhoging.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,
SECTOR KANTON, LOCATIE AMSTERDAM
rolnummer: 28441/08
5
datum: 11 september 2009
Vonnis in de zaak:
[eiseres],
eiseres,
wonende te [woonplaats],
gemachtigde: mr, D.C. Lala,
tegen:
[gedaagde],
gedaagde,
gevestigd te [vestigingsplaats],
gemachtigde: mr. J.A. Martens.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Partijen worden verder aangeduid als [eiseres] en [gedaagde].
Bij tussenvonnis van 28 november 2008 -waarvan de inhoud als hier ingelast en overgenomen geldt- is een comparitie van partijen gelast.
De comparitie heeft plaatsgevonden op 27 januari 2009. Gehoord zijn partijen en hun gemachtigden.
[eiseres] nam een schriftelijke conclusie van repliek.
[gedaagde] nam een schriftelijke conclusie van dupliek.
Daarna is opnieuw vonnis gevraagd.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1 Feiten
1.1 Als over en weer gesteld en niet of onvoldoende gemotiveerd betwist staat tussen partijen het volgende vast.
1.2 [eiseres] is op 23 november 2007 krachtens arbeidsovereenkomst in dienst van [gedaagde] getreden als caissière voor 32 uur per vier weken. Het loon bedroeg € 135,68 bru-to per vier weken.
1.3 De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode van een half jaar en nadien verlengd met een periode van een jaar, eindigend op 23 mei 2009.
1.4 [eiseres] was werkzaam in een supermarkt van [gedaagde] te Amsterdam.
1.5 Op 29 mei 2008 is [eiseres] er door haar leidinggevende op aangesproken dat zij fraude had gepleegd door ten behoeve van een tante en van een vriend bepaalde boodschappen niet op de kassa aan te slaan.
1.6 Aan [eiseres] is tijdens dat gesprek een brief voorgelegd waarin [gedaagde] aan haar bevestigde dat de arbeidsovereenkomst op initiatief van [eiseres] met wederzijds goedvin-den met onmiddellijke ingang werd beëindigd. [eiseres] heeft die brief voor akkoord onder-tekend.
1.7 Door [gedaagde] is aangifte gedaan bij de politie, die [eiseres] heeft gearresteerd en uit het filiaal heeft meegenomen.
1.8 De aangifte heeft niet geleid tot strafrechtelijke vervolging.
2 Vordering
2.1 Bij dagvaarding stelde [eiseres] dat zij op staande voet was ontslagen en vorderde zij vernietiging van het ontslag, verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst heeft voortgeduurd en doorbetaling van loon.
2.2 Nadat [gedaagde] bij antwoord had opgeworpen dat van ontslag op staande voet geen sprake is geweest, heeft [eiseres] bij repliek nader aangevoerd dat zij niet heeft geweten wat zij ondertekende, dat haar wil niet gericht is geweest op beëindiging van de arbeids-overeenkomst en dat daarom geen beëindigingsovereenkomst tot stand is gekomen.
3 Verweer
3.1 Primair voert [gedaagde] aan dat [eiseres] niet althans niet op de juiste wijze de vernietig-baarheid van de beëindigingsovereenkomst heeft ingeroepen, subsidiair dat er geen grond is voor vernietiging.
4 Beoordeling
4.1 Anders dan [gedaagde] meent, behelst het standpunt van [eiseres] dat niet sprake is van gronden voor vernietiging van een rechtshandeling (te weten: de beëindigingsovereen-komst). Het standpunt van [eiseres] houdt juist in dat geen rechtshandeling (overeen-komst) tot stand is gekomen, omdat haar wil niet op de totstandkoming daarvan gericht is geweest en [gedaagde] dat ook niet heeft mogen aannemen.
4.2 Gezien de ernstige gevolgen die een vrijwillige beëindiging van een arbeidsovereen-komst kan hebben voor de werknemer, mag een werkgever slechts aannemen dat de werknemer met beëindiging instemt, als deze daartoe een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring aflegt.
4.3 Onweersproken staat vast dat de brief waarop [gedaagde] zich beroept, is ondertekend tussen het moment waarop [eiseres] was aangesproken op het plegen van fraude en het moment waarop zij wegens die beschuldiging werd afgevoerd door de politie. Het is alleszins aannemelijk dat de uitgebrachte beschuldiging en de aankondiging van politiebemoeiing bij [eiseres] een hevige gemoedsbeweging heeft teweeggebracht die verhinderde dat zij zich voldoende realiseerde wat de strekking was van de haar tijdens het gesprek voorgelegde verklaring. Van haar kant had [gedaagde] zich in de gegeven omstandigheden moeten realiseren dat de ondertekening van die verklaring geen duidelijke en ondubbelzinnige verklaring inhield als hiervoor bedoeld.
4.4 Aan [gedaagde] komt daarom geen beroep op een beëindigingsovereenkomst toe.
4.5 Voor zover strekkende tot verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst heeft voortgeduurd en tot doorbetaling van loon –waartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd- zijn de vorderingen toewijsbaar, met dien verstande dat de wettelijke verhoging zal worden bepaald op 25%.
4.6 [gedaagde] dient te worden aangemerkt als in het ongelijk gestelde partij en te worden veroordeeld in de kosten van het geding.
BESLISSING
I. Voor recht wordt verklaard dat de arbeidsovereenkomst na 29 mei 2008 heeft voortgeduurd tot 23 mei 2009.
II. [gedaagde] wordt veroordeeld om aan [eiseres] te voldoen haar loon over de hiervoor genoemde periode, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding voor wat betreft het tot op die dag opeisbare loon en vanaf de datum van opeisbaarheid voor wat betreft het overige loon, tot de voldoening, het loon voorts vermeerderd met 25% als wettelijke verhoging.
III. [gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van het geding, aan de zijde van [eiseres] tot op deze uitspraak begroot op € 642,44, waarvan te betalen:
€ 26,75 aan [eiseres] voor het door deze voldane gedeelte van de griffie-rechten;
€ 80,25 aan de griffier van de gerechten te Amsterdam voor het in debet gestelde gedeelte van de griffierechten;
€ 450,00 aan de griffier van de gerechten te Amsterdam als salaris voor de gemachtigde van [eiseres];
€ 85,44 aan de griffier van de gerechten te Amsterdam voor het door deurwaarder R.J.A.A. van der Spruijt uitgebrachte exploot.
IV. Dit vonnis is voor wat betreft de onderdelen uitvoerbaar bij voorraad.
V. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Aldus gewezen te Amsterdam door mr. S.G. Ellerbroek, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.