ECLI:NL:RBAMS:2009:BK5964
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.G. Ellerbroek
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst blijft van kracht na betwisting beëindigingsovereenkomst door werknemer
De werknemer trad op 23 november 2007 in dienst bij de werkgever als caissière met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 29 mei 2008 werd zij beschuldigd van fraude en kreeg zij een brief voorgelegd waarin stond dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden was beëindigd, welke zij ondertekende. Kort daarna werd zij door de politie meegenomen, maar er volgde geen strafrechtelijke vervolging.
De werknemer stelde dat zij niet wist wat zij ondertekende en dat haar wil niet gericht was op beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waardoor geen geldige beëindigingsovereenkomst tot stand kwam. De werkgever stelde dat er geen sprake was van een vernietigbare rechtshandeling en dat de overeenkomst rechtsgeldig was.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer door de beschuldiging en politie-ingrijpen een hevige gemoedsbeweging had waardoor zij zich niet bewust was van de strekking van de verklaring. De werkgever had moeten inzien dat de ondertekening geen duidelijke en ondubbelzinnige instemming inhield. Daarom kwam geen beëindigingsovereenkomst tot stand en bleef de arbeidsovereenkomst van kracht tot de oorspronkelijke einddatum.
De werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon over de periode na 29 mei 2008, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 25%, en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst blijft van kracht en de werkgever moet loon betalen over de periode na 29 mei 2008 met rente en wettelijke verhoging.