ECLI:NL:RBAMS:2009:BK4550
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn na overlijden eiser
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin de erven van betrokkene beroep instelden tegen het besluit van het UWV tot afwijzing van een WAO-uitkering. Na een langdurige procedure, waarin de redelijke termijn van afhandeling werd overschreden, werd het verzoek om schadevergoeding wegens deze overschrijding heropend.
De rechtbank stelde vast dat het recht op immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn een persoonlijk recht is dat niet vererft op de erven, tenzij de betrokkene dit recht al had uitgeoefend. In deze zaak had betrokkene zelf geen verzoek om schadevergoeding ingediend, waardoor de erven niet als rechtsopvolgers konden worden beschouwd.
Wel werd vastgesteld dat de erven zelf een schadevergoeding konden vorderen voor de periode vanaf het moment dat zij de procedure voortzetten, namelijk vanaf januari 2004. De rechtbank concludeerde dat de redelijke termijn met bijna twee jaar was overschreden, zowel in de bestuurlijke als rechterlijke fase.
Gezien de overschrijding en de frustratie die dit veroorzaakte, kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €500 toe aan de erven. Daarnaast werden het UWV en de Minister van Justitie veroordeeld in de proceskosten van de erven.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €500 aan de erven wegens overschrijding van de redelijke termijn.