ECLI:NL:RBAMS:2009:BK3846
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs skimmen betaalpassen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juni 2009 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk opmaken of vervalsen van betaalpassen, het voorhanden hebben van skimapparatuur en diefstal. Tevens werd hem ten laste gelegd dat hij als ongewenst vreemdeling in Nederland verbleef.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van acht maanden voor de bewezen geachte feiten. De verdediging betoogde dat er geen wettig bewijs was dat verdachte de skimapparatuur daadwerkelijk in bezit had of dat deze geschikt was voor het beoogde doel. Ook werd aangevoerd dat verdachte geen feitelijke zeggenschap had over de aangetroffen spullen en dat er geen sprake was van medeplegen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlasteleggingen te bewijzen. Het technische onderzoek toonde niet aan dat de apparatuur daadwerkelijk geschikt was om te skimmen, mede doordat de gebruikte elektronica niet was onderzocht. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van de feiten onder 1, 2 en 3. De vervolging ter zake van het onder 4 tenlastegelegde (ongewenst vreemdeling) werd door het OM niet voortgezet vanwege het EU-lidmaatschap van Roemenië. De voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs voor skimmen en diefstal.