ECLI:NL:RBAMS:2009:BK3764
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen huisverbod en verlenging wegens vermeend huiselijk geweld ongegrond verklaard
Verzoeker kreeg op 17 september 2009 een huisverbod opgelegd en later verlengd vanwege vermeend huiselijk geweld jegens zijn ex-partner en kinderen. De vrouw had zich gemeld bij de politie met een melding van mishandeling, waarna de sleutels van verzoeker tot de gezamenlijke huurwoning werden gedeactiveerd. Verzoeker betwistte de geweldsmelding en stelde dat het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) onjuist was ingevuld.
De voorzieningenrechter behandelde het beroep tegen het huisverbod en de verlenging gelijktijdig en oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat er sprake was van ernstig en onmiddellijk gevaar zoals vereist op grond van de Wet tijdelijk huisverbod. Omdat de sleutels van verzoeker al waren gedeactiveerd, had hij feitelijk geen toegang meer tot de woning en het gebouw, waardoor het huisverbod niet noodzakelijk was.
De rechter vernietigde de besluiten tot oplegging en verlenging van het huisverbod, wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en wees het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing. Verweerder, de gemeente Amsterdam, werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.288,- aan verzoeker. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod en de verlenging is gegrond verklaard en de besluiten zijn vernietigd.