ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1724
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-procedures
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in twee procedures omtrent WAO-uitkeringen centraal. Eiser vordert een schadevergoeding omdat de behandeling van zijn bezwaar en beroep langer dan redelijk zou hebben geduurd. Verweerder had reeds een vergoeding toegekend, maar eiser betwistte de hoogte en de berekening van de termijn.
De rechtbank analyseert de procedures afzonderlijk. De eerste procedure, die betrekking heeft op de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid, duurde minder dan vier jaar en is daarmee binnen de redelijke termijn gebleven. De tweede procedure, die ziet op de nabetaling van de WAO-uitkering, duurde vanaf ontvangst bezwaar tot uitspraak ruim twee jaar, wat een overschrijding van tien maanden betekent.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurlijke fase van de tweede procedure met 41 maanden overschreden is, maar dat de reeds toegekende vergoeding van € 2.460,- voldoende compenseert. Het rechterlijk aandeel in die procedure is niet overschreden. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de toegekende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voldoende is.