ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ9766
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wedertewerkstelling medewerker na schorsing wegens onduidelijke transacties
Een medewerker van een bank werd geschorst nadat hij onvoldoende duidelijkheid zou hebben gegeven over diverse transacties op zijn privé-rekening, wat het vertrouwen van de werkgever zou hebben geschaad. De bank diende een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in bij de kantonrechter. De medewerker vorderde in kort geding wedertewerkstelling en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de medewerker een uitgebreide en gedetailleerde verklaring had gegeven over de transacties, ondersteund door bewijsstukken en bevestigingen van derden. De bank kon niet aannemelijk maken dat deze verklaringen onjuist waren. Het enkele feit dat de bank de verklaringen niet volledig in het gespreksverslag had opgenomen en dat de medewerker contant geld thuis bewaarde, was onvoldoende om van ongeoorloofd handelen te spreken.
De vordering tot wedertewerkstelling werd daarom toegewezen, omdat van de werkgever niet in redelijkheid kon worden verlangd de werknemer niet toe te laten tot de bedongen arbeid. De vordering tot schadevergoeding wegens vermeende schending van de Wet bescherming persoonsgegevens werd afgewezen omdat dit nader onderzoek vereist dat zich niet leent voor kort geding. De bank werd veroordeeld in de proceskosten en buitengerechtelijke kosten.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling van de medewerker wordt toegewezen; de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.