ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ9308
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op bezwaar tegen WAO-uitkering
Eiser, woonachtig in Marokko, had bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op zijn verzoeken om terug te komen op een eerder besluit tot intrekking van zijn WAO-uitkering en om een herbeoordeling volgens de Wet Amber. De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn ruimschoots was overschreden en dat verweerder niet tijdig had beslist op de bezwaren van 12 oktober en 28 november 2007.
Hoewel het UWV meldde dat er inmiddels primair besluiten waren genomen op de verzoeken van 18 november 2008 en 21 mei 2009, was er nog geen besluit genomen op de bezwaren zelf. De rechtbank oordeelde dat verweerder binnen zes weken alsnog een besluit moet nemen en legde een dwangsom van €250 per dag op voor overschrijding van deze termijn.
De rechtbank wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat de besluitvorming nog niet was afgerond. Tevens werd het griffierecht en de proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. Reichert op 10 juli 2009.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt het UWV op binnen zes weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.