ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ8560
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake arbeidsgeschil werknemer tegen Nederlandse en Braziliaanse vennootschap binnen TNT-concern
Een in Brazilië wonende Portugese werknemer vordert schadevergoeding en nakoming van pensioen- en bonusbetalingen van TNT Head Office BV en TNT Express Brasil Ltda, beide behorend tot het TNT-concern. De werknemer stelt dat hij een arbeidsovereenkomst had met TNT Head Office, al dan niet subsidiair met TNT Brasil, en baseert de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op artikel 18 lid 2 en Pro artikel 6 lid 1 van Pro de EEX-Verordening.
TNT Brasil voert aan dat de arbeidsovereenkomst onder Braziliaans recht valt en dat de Nederlandse rechter onbevoegd is. De kantonrechter onderzoekt of TNT Head Office als een filiaal, agentschap of andere vestiging van TNT Brasil kan worden aangemerkt. Gezien de concernstructuur en het feit dat TNT Head Office geen moedermaatschappij is, oordeelt de rechter dat TNT Head Office geen vestiging van TNT Brasil is.
Daarmee kan de Nederlandse rechter zijn bevoegdheid niet baseren op artikel 18 lid 2 EEX Pro-Vo en evenmin op andere bepalingen van de EEX-Vo. De kantonrechter verklaart zich daarom onbevoegd ten aanzien van TNT Brasil en veroordeelt de werknemer in de kosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere uitlatingen over de hoofdzaak tegen TNT Head Office. Hoger beroep wordt toegelaten.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de vordering tegen TNT Brasil en verwijst de hoofdzaak tegen TNT Head Office naar de rol voor verdere uitlatingen.