ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ8498
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag reinigingsrecht wegens schending vertrouwensbeginsel
Eiser werd voor het belastingjaar 2007 aangeslagen voor reinigingsrecht bedrijfsafval voor zijn atelier. Na bezwaar werd dit door verweerder ongegrond verklaard. Eiser stelde dat de aanslag onterecht was, omdat hij in 2004 na bezwaar werd vrijgesteld en ook in 2005 en 2006 vrijstelling kreeg, terwijl zijn situatie niet was veranderd.
De rechtbank stelde vast dat eiser inderdaad bedrijfsafval aanbood en daarom belastingplichtig was volgens de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrecht. Verweerder erkende dat kwijtschelding in voorgaande jaren niet volgens de regels was toegestaan, maar dat een verlaagd tarief sinds 2007 mogelijk was.
De rechtbank concludeerde dat eiser drie jaar achter elkaar feitelijk kwijtschelding had gekregen zonder dat verweerder dit had gemotiveerd of aangekondigd. Omdat geen relevante wijziging van omstandigheden had plaatsgevonden en geen tijdige bekendmaking was gedaan, oordeelde de rechtbank dat de aanslag voor 2007 in strijd was met het vertrouwensbeginsel.
Daarom werd de bestreden uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag voor 2007 verminderd tot nihil. Verweerder hoefde geen nieuwe uitspraak op bezwaar te doen. Verweerder werd tevens veroordeeld het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De aanslag reinigingsrecht 2007 is verminderd tot nihil wegens schending van het vertrouwensbeginsel.