ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7575
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Verdeling Nederlandse huwelijksgoederengemeenschap onder Turks recht na echtscheiding
Partijen, gehuwd in Turkije in 1977, zijn in 2003 gescheiden. De vrouw vordert de verdeling van het Nederlandse deel van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder een ontslagvergoeding, bankrekeningen, inboedel en schulden. De man verzoekt de verdeling aan te houden tot de Turkse procedure over Turkse vermogensbestanddelen is afgerond, maar de rechtbank wijst dit af omdat enkel de Nederlandse vermogensbestanddelen onderwerp van het geding zijn.
De rechtbank past Turks huwelijksvermogensrecht toe, waarbij het regime van verwervingsdeelneming geldt sinds 1 januari 2002. De peildatum voor de waardering van de vermogensbestanddelen is de datum van het verzoekschrift tot echtscheiding, 25 september 2002. De ontslagvergoeding van €43.407,77 wordt na verrekeningen verdeeld, waarbij de vrouw recht heeft op €9.339,51 minus beheerskosten. Bankrekeningen die na het uiteengaan zijn geopend worden persoonlijk vermogen toegerekend.
De man is aansprakelijk voor de schulden die na het uiteengaan zijn ontstaan, waaronder het flexibel krediet en schulden aan CJIB, gemeente en Nuon. De vrouw moet een bedrag van €204,63 aan de man betalen ter compensatie van overbedeling. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling van het Nederlandse deel van de huwelijksgoederengemeenschap vast volgens Turks recht en bepaalt de verdeling van ontslagvergoeding, bankrekeningen, inboedel en schulden tussen partijen.