ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ5646
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voeging van civiele zaken over Fortis-overname
In deze civiele procedure vordert de Staat dat de zaak van VEB c.s. wordt gevoegd met de zaak van FortisEffect, omdat beide zaken betrekking hebben op de overname van de Nederlandse onderdelen van het Fortis-concern door de Staat op 3 oktober 2008. De Staat stelt dat dezelfde feiten en schade aan de orde zijn en dat voeging doelmatig is om tegenstrijdige beslissingen te voorkomen.
De rechtbank stelt vast dat er wel enige samenhang bestaat, maar dat de vorderingen en rechtsgronden in beide zaken wezenlijk verschillen. De zaak van FortisEffect richt zich op nietigverklaring van besluiten en ongedaanmaking daarvan, terwijl VEB c.s. primair een verklaring voor recht vordert dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door misbruik van omstandigheden. Daarnaast spelen in de zaak van FortisEffect formele verweren en een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor, wat kan leiden tot vertraging.
De rechtbank weegt de belangen af en concludeert dat het risico op onaanvaardbare vertraging, onnodige complexiteit en een onhanteerbaar proces zwaarder wegen dan de voordelen van voeging. Daarom wordt het verzoek tot voeging afgewezen en wordt de Staat veroordeeld in de kosten van het incident. De bodemzaak wordt verwezen naar de rol van 16 september 2009 voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het verzoek van de Staat tot voeging van de zaken wordt afgewezen wegens risico op vertraging en complexiteit.