ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ5451
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Executieoverlevering aan Polen toegestaan ondanks beroep op artikel 6 EVRM en artikel 12 OLW
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een Poolse staatsburger aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van ruim een jaar. De opgeëiste persoon voerde verweren aan dat zijn rechten, waaronder het recht op kosteloze rechtsbijstand en het recht op aanwezigheid bij het hoger beroep, waren geschonden, waardoor overlevering moest worden geweigerd.
De rechtbank onderzocht de procesgang in Polen, waarbij bleek dat de opgeëiste persoon in eerste aanleg aanwezig was geweest, maar geen toegewezen advocaat kreeg vanwege onvoldoende bewijs van financiële noodzaak. In hoger beroep was hij niet persoonlijk aanwezig, maar werd hij vertegenwoordigd door een advocaat. De rechtbank concludeerde dat het vonnis geen verstekvonnis was in de zin van artikel 12 OLW Pro en dat de procedure in hoger beroep zich beperkte tot rechtsvragen, conform het Poolse recht en het EVRM.
De rechtbank verwierp het primaire verweer dat sprake zou zijn van flagrante schendingen van artikel 6 EVRM Pro. Ook het subsidiaire verweer op grond van artikel 11 OLW Pro werd verworpen, mede omdat het faxbericht van de Poolse rechter duidelijk maakte dat de procedure in overeenstemming was met het EVRM en dat de opgeëiste persoon voldoende rechtsbescherming had genoten.
De rechtbank zag geen reden om de behandeling aan te houden en besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.