ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4877
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding voor detentie voorafgaand aan uitlevering aan de Verenigde Staten
Verzoeker, geboren in Nigeria en woonachtig in de Verenigde Staten, verzocht de rechtbank Amsterdam om schadevergoedingen ex artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering voor de periode dat hij in Nederland in verzekering was gesteld voordat hij in uitleveringsdetentie kwam.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker op 24 april 2007 in verzekering was gesteld en dat deze gevangenhouding op 11 juli 2007 werd beëindigd vanwege een bevel tot inbewaringstelling ex artikel 15 van Pro de Uitleveringswet. Op 6 augustus 2007 gaf de officier van justitie een voorwaardelijke kennisgeving niet verdere vervolging af, onder de voorwaarde van uitlevering aan de Verenigde Staten, waar verzoeker op 1 augustus 2008 werd uitgeleverd.
De officier van justitie verzette zich tegen het verzoek tot schadevergoeding omdat de vervolging materieel nog niet was beëindigd maar voortgezet werd in de VS. De rechtbank oordeelde dat dit voortzetten van de vervolging in de VS in de weg staat aan het toekennen van schadevergoedingen in Nederland. De rechtbank benadrukte dat de bevoegdheid tot het toekennen van schadevergoedingen een discretionaire bevoegdheid is en dat de vervolging in Nederland formeel is geëindigd zonder strafoplegging.
De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af en informeerde verzoeker over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen een maand na betekening van de beschikking.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schadevergoeding af omdat de vervolging in Nederland is beëindigd maar voortgezet wordt in de Verenigde Staten.