ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4871
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P.H.I. Cleerdin
- B. van Berge Henegouwen
- S.A. Krenning
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij cocaïnehandel
De rechtbank Amsterdam heeft op 28 mei 2009 uitspraak gedaan in een zaak waarin de officier van justitie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel had ingesteld tegen verdachte. Verdachte was veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet, specifiek handel in cocaïne.
De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €127.153,05. Dit bedrag is berekend op basis van omzet en kosten over de periode van 15 april 2006 tot en met 2 oktober 2007, waarbij rekening is gehouden met een inkoopprijs van €26.000 per kilo cocaïne. De rechtbank volgde hierbij deels de verdediging die stelde dat de omzet geleidelijk was opgebouwd vanaf april 2006.
De verdediging had aangevoerd dat een eerdere vordering tot conservatoir beslag een maximum van €70.905 betrof, waaruit volgens hen gerechtvaardigde verwachtingen konden worden ontleend. De rechtbank verwierp dit verweer en stelde dat de officier van justitie vrij is een hogere ontnemingsvordering in te dienen.
De rechtbank legde aan verdachte de verplichting op om het bedrag van €127.153,05 aan de Staat te betalen. De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam onder voorzitterschap van mr. H.P.H.I. Cleerdin.
Uitkomst: De rechtbank legt aan verdachte de verplichting op tot betaling van €127.153,05 aan de Staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.