ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3207
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Graafland
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens onvoldoende bewijs van ernstig en onmiddellijk gevaar
Op 3 mei 2009 legde de burgemeester van Amsterdam aan verzoeker een huisverbod en contactverbod op wegens vermeend huiselijk geweld. Verzoeker stelde dat er geen indicaties waren voor geweld en dat de conclusies van verweerder onjuist waren. De voorzieningenrechter behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 7 mei 2009.
Uit het proces-verbaal en verklaringen bleek onvoldoende bewijs dat verzoeker zijn kinderen mishandelde of dat er sprake was van ernstig en onmiddellijk gevaar zoals vereist onder artikel 2 van Pro de Wet tijdelijk huisverbod (Wth). Hoewel er sprake was van vernielingen, waren deze beperkt en niet zodanig dat zij een ernstig gevaar vormden. De kinderen ontkenden mishandeling en de verklaringen van derden waren van horen zeggen of betroffen personen die niet onder het toepassingsgebied van de Wth vielen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek niet zou bijdragen en vernietigde het bestreden besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van ernstig en onmiddellijk gevaar.