ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3200
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th. P. J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod na mishandeling ondanks hulpverlening in intakefase
Op 29 mei 2009 vond een incident van huiselijk geweld plaats in de woning die verzoeker en belanghebbende gezamenlijk bewonen. Verzoeker sloeg belanghebbende, die daarbij blauwe plekken opliep. De hulpofficier van justitie stelde een onderzoek in en besloot op basis van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) een huisverbod op te leggen aan verzoeker.
Verzoeker stelde zich niet te verzetten tegen het opleggen van het huisverbod, maar betwistte dat het verbod in stand moest blijven. Hij gaf aan mee te werken aan hulpverlening en stelde dat het gevaar inmiddels was geweken. De hulpverlening was echter nog in de intakefase en er was geen advies ontvangen over opheffing van het verbod.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ernstige en onmiddellijke gevaar voor belanghebbende en het minderjarige kind nog niet was verdwenen. De gecompliceerde privésituatie, het verleden van meerdere geweldsincidenten en het gezamenlijke alcoholgebruik van partijen rechtvaardigen het voortduren van het huisverbod. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het huisverbod blijft van kracht omdat het ernstige en onmiddellijke gevaar nog niet is verdwenen.