ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3176
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens onhoudbare situatie na verhuizing echtgenote
Op 27 mei 2009 legde de burgemeester van de gemeente Laren aan verzoeker een huisverbod en contactverbod op na aangifte van mishandeling door zijn echtgenote. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker zijn echtgenote op 27 mei 2009 zodanig heeft vastgepakt dat zij is gevallen, en dat er een reëel gevaar op herhaling bestaat. Dit rechtvaardigde het huisverbod. Verzoeker voerde tegen dat de feiten niet juist waren weergegeven en dat ook zijn echtgenote bijdroeg aan de spanningen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het huisverbod tijdelijk rust moest brengen en hulpverlening mogelijk moest maken. Gelet op de gewijzigde omstandigheden, namelijk het verblijf van de echtgenote elders, kon het huisverbod ex nunc niet in stand blijven. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd met behoud van rechtsgevolgen tot het moment van uitspraak, en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens gebrek aan belang.
Verzoeker kreeg tevens vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij het opleggen van huisverboden en het toetsen van deze maatregelen aan actuele feiten.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd met ingang van de uitspraakdatum, maar de rechtsgevolgen blijven tot dan in stand; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.