ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ1725
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Geschil over pandrecht en veiling van bollenkraam met weigering medewerking lossing schuld
Eisers, waaronder een bloembollenbedrijf en een aandeelhouder, vorderden dat ING Bank hen in de gelegenheid zou stellen de schuld van NTH te lossen en subrogatie te verkrijgen voorafgaand aan een openbare veiling van verpande bloembollen (de bollenkraam). ING had het krediet opgezegd en de onderhandse veiling omgezet in een executieveiling.
De rechtbank stelde vast dat het pandrecht van eisers geregistreerd was en dat ING op grond van een beding in de pandakte was vrijgesteld van de mededelingsplicht zoals bedoeld in artikel 3:249 BW Pro. Hoewel eisers dit betwistten, oordeelde de rechtbank dat dit beding ook tegenover hen geldt.
Eisers hadden verzocht de veiling te staken en de schuld te mogen lossen, maar ING en de gevoegde partijen stelden dat uitstel van de veiling de opbrengst negatief zou beïnvloeden en een faillissement onafwendbaar zou maken. De rechtbank vond dat het belang van ING en de andere pandhouders bij voortzetting van de veiling zwaarder woog dan het belang van eisers bij behoud van de bollenkraam.
Verder werd een verbod opgelegd aan ING om de soort Monte Orange te verkopen, omdat deze niet onderdeel was van de verpande zaken. De overige vorderingen van eisers werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wees de vordering tot lossing van de schuld en subrogatie af en verbood alleen de verkoop van de soort Monte Orange.