ECLI:NL:RBAMS:2009:BI9961
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op verdere executie en opheffing beslagen in kort geding tussen Manderen en Stadgenoot
Manderen vorderde in kort geding dat Stadgenoot werd verboden een eerder gewezen bodemvonnis verder te executeren en dat alle door Stadgenoot gelegde beslagen werden opgeheven. Manderen stelde dat het vonnis van 28 januari 2009 was uitgewerkt door betaling van een groot bedrag door de notaris, en dat verdere executie onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de beslagen onder de ABN-AMRO bank en onder Stadgenoot zelf reeds waren geëindigd en geen opheffing behoefden. Voor het beslag onder de notaris en het pand te [plaats] was dit echter anders. De notaris had nog niet het volledige bedrag aan de deurwaarder afgedragen, mede omdat ook de gemeente Amsterdam beslag had gelegd. Hierdoor was het vonnis nog niet volledig voldaan en was verdere executie gerechtvaardigd.
Manderen's beroep op ontbinding van de overeenkomsten werd gepasseerd omdat dit de uitvoerbaarheid van het vonnis niet aantastte. De vordering tot terugbetaling van een bedrag wegens vermeende te veel betaalde gelden werd afgewezen omdat de notaris slechts verplicht is af te dragen aan de deurwaarder, en een eventuele terugvordering pas na volledige voldoening van alle schuldeisers kan plaatsvinden.
Manderen werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door voorzieningenrechter A.A.E. Dorsman op 25 juni 2009.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op verdere executie en de opheffing van beslagen af en veroordeelt Manderen in de proceskosten.