ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2827
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing geldvordering tegen gedaagden en afwijzing verzoek tussenkomst derde
In deze civiele procedure vordert ABN AMRO Bank (Luxembourg) betaling van een geldbedrag van tweeënvijftig miljoen euro plus contractuele rente en kosten van twee gedaagden die niet zijn verschenen. Een derde partij, JP Morgan Chase Bank N.A., verzoekt om tussenkomst met een zelfstandige vordering, maar dit verzoek wordt afgewezen omdat het niet tijdig schriftelijk is ingediend en in strijd is met de goede procesorde.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van ABN AMRO Bank tegen de gedaagden sub 1 en 3 niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. Tevens wordt een Europese Executoriale Titel afgegeven. De gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, de contractuele rente vanaf 24 april 2009, beslagkosten en proceskosten.
JP Morgan wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident, welke nihil worden begroot. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van ruim 52 miljoen euro plus rente en kosten, terwijl het verzoek tot tussenkomst van JP Morgan wordt afgewezen.