ECLI:NL:RBAMS:2009:BI1536
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.H. Waller
- S. Leijen
- Rechtspraak.nl
Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel bij intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Verzoeker ontvangt sinds 2003 een bijstandsuitkering. Verweerder trok deze uitkering per 1 oktober 2008 in omdat verzoeker sinds 1 januari 2006 samenwoonde met zijn broer, die een inkomen heeft dat de gezinsnorm overschrijdt. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat verweerder al jaren op de hoogte was van de woonsituatie, waardoor hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat zijn uitkering ongewijzigd zou blijven.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker en zijn broer daadwerkelijk een gezamenlijke huishouding voeren, met wederzijdse zorg en financiële verstrengeling. Verweerder was sinds begin 2006 op de hoogte van het samenwonen en bevestigde tweemaal dat de uitkering ongewijzigd zou worden voortgezet. Hierdoor mocht verzoeker erop vertrouwen dat zijn situatie niet zou leiden tot intrekking.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder verzoeker eerst de gelegenheid had moeten bieden zijn situatie aan te passen, bijvoorbeeld door een commerciële kostgangersrelatie aan te tonen. Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen waarbij verweerder voorschotten verstrekt gedurende drie maanden en verzoeker de tijd krijgt zijn situatie aan te passen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.
De uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, in aanwezigheid van mr. S. Leijen, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2009.
Uitkomst: Verzoeker krijgt gedurende drie maanden voorschotten en de gelegenheid om zijn situatie aan te passen, uitkering wordt voorlopig niet ingetrokken.