ECLI:NL:RBAMS:2009:BI1534
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R.S.M. Marres
- Th.P.J. de Graaf
- C.M. Degenaar
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens schijn van vooringenomenheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die belast was met het horen van getuigen in zijn zaak. Dit verzoek was gebaseerd op een opmerking van de rechter tijdens een voorgeleiding van een andere verdachte, waarin de zaak van verzoeker in de voltooid verleden tijd werd omschreven alsof het tenlastegelegde feit bewezen was.
De rechtbank onderzocht of deze uitlating aanleiding gaf tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Hoewel geen aanwijzingen werden gevonden voor subjectieve partijdigheid, oordeelde de rechtbank dat de uitlating de indruk kon wekken dat de rechter zich een beeld had gevormd over het tenlastegelegde, wat onwenselijk is in de onderzoeksfase.
De rechtbank benadrukte dat een rechter zich moet onthouden van uitlatingen die de schijn van vooringenomenheid kunnen wekken. Ook al was verzoeker niet aanwezig bij de opmerking, de informatie bereikte hem via zijn raadsvrouw, waardoor de vrees voor partijdigheid bij verzoeker ontstond.
Daarom werd het wrakingsverzoek gegrond verklaard en toegewezen, met als gevolg dat de rechter-commissaris niet langer belast kan zijn met de getuigenverhoren in de zaak van verzoeker.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt toegewezen wegens een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.