ECLI:NL:RBAMS:2009:BI1379
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M.J. Quaedvlieg
- J.L. de Vries
- B. Langendoen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak taxichauffeur wegens ontbreken overtuigend bewijs van verkrachting
De rechtbank Amsterdam heeft op 16 april 2009 uitspraak gedaan in de zaak tegen een taxichauffeur die werd verdacht van verkrachting van een jonge vrouw in zijn taxi. Hoewel vaststond dat er seksueel contact had plaatsgevonden, was de vraag of dit contact onder dwang was. De rechtbank heeft geoordeeld dat er onvoldoende bewijs was om dwang aan te tonen.
Het Openbaar Ministerie vorderde een gevangenisstraf van drie jaar en stelde dat het slachtoffer bang was voor verdachte en dat verdachte geen spijt betuigde. De verdediging stelde dat het slachtoffer vrijwillig seks had gehad, mogelijk beïnvloed door drankgebruik, en dat de aangifte voortkwam uit spijt en druk van de zus van het slachtoffer. Diverse inconsistenties in de verklaringen van het slachtoffer werden aangevoerd.
De rechtbank concludeerde dat de verklaringen van verdachte en politieambtenaren niet wezen op dwang. Er waren geen sporen van dwang in de taxi, geen letsel of DNA-sporen die dwang ondersteunden. De verklaring van het slachtoffer bevatte tegenstrijdigheden en werd niet volledig ondersteund door het dossier. Daarom werd verdachte vrijgesproken en werd het slachtoffer niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van overtuigend bewijs van dwang bij seksueel contact.