ECLI:NL:RBAMS:2009:BH7464
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Marcus
- J.A.J. Peeters
- A.J.R.M. Vermolen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris inzake aanwezigheid advocaten bij getuigenverhoor
In deze strafzaak diende een wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris die het getuigenverhoor leidde. Het verzoek betrof de beslissing van de rechter om slechts één raadsman tegelijk toe te laten bij het verhoor van het slachtoffer, een emotioneel beladen zaak. De verdediging meende dat deze beperking en de wijze waarop de rechter op het wrakingsverzoek reageerde, de schijn van partijdigheid wekten.
De rechtbank stelt vast dat het aan de verdediging is om te bepalen met hoeveel advocaten zij de verdediging voert, maar dat de rechter-commissaris de orde en gang van zaken tijdens het verhoor bepaalt, met inachtneming van wettelijke bepalingen en jurisprudentie. Daarbij moet de rechter ook de belangen van alle betrokkenen, waaronder het slachtoffer, afwegen, conform het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 6 lid 3 sub Pro d, art. 3 en Pro 8).
De rechter heeft deze belangen zorgvuldig afgewogen en besloot de getuige niet te confronteren met de vraag over de aanwezigheid van beide advocaten. De rechtbank oordeelt dat de beslissing van de rechter niet onbegrijpelijk is en dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat. Ook de reactie van de rechter op het wrakingsverzoek, hoewel scherp, leidt niet tot het vermoeden van partijdigheid.
Daarom wordt het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. De rechtbank benadrukt dat er geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die tot een ander oordeel zouden leiden. Dit vonnis is uitgesproken op 21 januari 2009 door drie rechters van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.