ECLI:NL:RBAMS:2009:BH7442
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een kantonrechter op grond van vermeende vooringenomenheid en partijdigheid tijdens een comparitie. Verzoeker stelde dat de rechter niet objectief was, hem onvoldoende gelegenheid gaf om te reageren en een voorlopige visie op de zaak had gegeven die nadelig voor hem was.
De rechter had tijdens de zitting aangegeven expert te zijn in communicatie en vond dat verzoeker niet goed had gecommuniceerd. Ook sprak de rechter zich krachtig uit over de zwakte van het verweer van verzoeker en de mogelijkheid tot schikking. Verzoeker voelde zich hierdoor benadeeld en meende dat de rechter niet volledig op de hoogte was van het dossier.
De rechtbank overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn die het tegendeel bewijzen. Het geven van een voorlopige visie op basis van het dossier en de zitting schaadt de onpartijdigheid niet. De rechtbank vond de aangevoerde omstandigheden onvoldoende om het wrakingsverzoek toe te wijzen.
Het verzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.