ECLI:NL:RBAMS:2009:BH7438
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter van de Rechtbank Amsterdam, stellende dat de rechter zich op de zitting vooringenomen had getoond. Verzoeker betoogde dat de rechter niet wilde ingaan op de ongeldigheid van interne beleidsregels van de Dienst Werk en Inkomen en onterecht stelde dat verzoeker geen armoede leed.
De rechtbank stelde voorop dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden weerleggen. De rechtbank oordeelde dat de genoemde omstandigheden geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. De beslissing van de rechter om niet in te gaan op de geldigheid van de beleidsregels is onderdeel van de uitspraak en geen teken van vooringenomenheid.
Verder bleek uit het proces-verbaal dat de draagkracht van verzoeker wel degelijk aan de orde was gesteld en verzoeker voldoende gelegenheid had zijn visie te geven. De rechtbank benadrukte dat een wrakingsverzoek niet bedoeld is om onwelgevallige beslissingen ter discussie te stellen en wees het verzoek daarom af.
De zaak wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.