ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5442
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende motivering en toetsing EG-Verdrag werknemerbegrip
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd wegens het laten verrichten van werkzaamheden door een Poolse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. Eiser betwistte dat sprake was van een werkgever-werknemersrelatie, omdat de werkzaamheden van korte duur waren en slechts een fooi en kost en inwoning werden gegeven.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser als werkgever kan worden aangemerkt volgens artikel 39 van Pro het EG-Verdrag. Verweerder was niet ingegaan op het geschilpunt of de vreemdeling als werknemer kan worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat het boetebesluit daarom niet deugdelijk is gemotiveerd en vernietigde het besluit.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van de zaak was overschreden, maar de rechtbank zag nog geen aanleiding tot matiging van de boete of toekenning van immateriële schadevergoeding. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en de proceskosten werden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het werknemerschap volgens artikel 39 EG-Verdrag en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.