ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5080
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.C. Bachrach
- R.B. Kleiss
- A.C. Loman
- Rechtspraak.nl
Redelijke uitleg van artikel 23 lid 6 WIA vereist tijdige aanvraag binnen 68 weken
De werknemer heeft op 30 juli 2007 een WIA-uitkering aangevraagd op basis van een verkorte wachttijd. Verweerder wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de gestelde termijn van 68 weken na de eerste ziektedag was ingediend. Eiseres maakte bezwaar en stelde onder meer dat de termijn niet als fataal moest worden beschouwd en dat de hardheidsclausule van toepassing was.
De rechtbank stelde vast dat artikel 23, zesde lid, van de WIA een dwingendrechtelijke bepaling is die vereist dat de aanvraag binnen 68 weken na de eerste ziektedag wordt ingediend. De aanvraag van de werknemer was te laat, aangezien de eerste ziektedag op 6 april 2006 was en de aanvraag pas op 30 juli 2007 werd ontvangen.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder niet tekort is geschoten in zijn informatieplicht, omdat voldoende informatie beschikbaar was via het aanvraagformulier en de website van het UWV. De hardheidsclausule van artikel 64, tiende lid, van de WIA was niet van toepassing op deze situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 6 februari 2009.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de aanvraag voor de WIA-uitkering te laat is ingediend binnen de dwingendrechtelijke termijn van 68 weken.