ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5053
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging en terugvordering rijksbijdragen Hogeschool Amsterdam wegens onjuiste bekostiging
De Hogeschool van Amsterdam werd geconfronteerd met een verlaging en terugvordering van rijksbijdragen over de jaren 2000 tot en met 2004, omdat zij studenten ten onrechte voor bekostiging had aangemeld. De minister stelde dat deze studenten geen initieel onderwijs volgden of dat het onderwijs niet in de vestigingsplaats werd gevolgd, wat strijdig was met de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
De rechtbank onderzocht meerdere casus waarin maatwerktrajecten en verkorte opleidingen werden aangeboden, maar concludeerde dat deze niet voldeden aan de criteria voor initieel onderwijs. Daarnaast was er discussie over de bevoegdheid van de minister om met terugwerkende kracht subsidies te verlagen en terug te vorderen, mede gelet op de kennis van de minister over de situatie op het moment van subsidievaststelling.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de rijksbijdragen heeft verlaagd en teruggevorderd voor de jaren 2002 tot en met 2004, maar dat voor de jaren 2000 en 2001 niet was aangetoond dat de minister redelijkerwijs op de hoogte was van de onjuistheden. Daarom werd het besluit voor deze jaren deels vernietigd. Verzoeken tot het horen van getuigen werden afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen.
Ten slotte werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Hogeschool van Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van rijksbijdragen wordt deels vernietigd.