ECLI:NL:RBAMS:2009:BH4602
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wettelijke rente bij niet-nakoming consumentenkredietovereenkomst
ABN Amro verstrekte op 15 september 2004 een krediet aan kredietnemer onder toepassing van de Wet op het consumentenkrediet (Wck). Kredietnemer bleef achterstallig in betaling van maandtermijnen, waarna ABN Amro hem in gebreke stelde en het gehele saldo vervroegd opeiste.
ABN Amro vorderde betaling van de hoofdsom, contractuele rente, vertragingsvergoeding en wettelijke rente. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 34 Wck Pro alleen vertragingsrente mag worden gevorderd indien de kredietgever de kredietnemer in gebreke heeft gesteld en de kredietnemer niet nakomt. De gevorderde contractuele rente en vertragingsvergoeding werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een vertragingsvergoeding in het prospectus.
De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Daarnaast werd kredietnemer veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Het vonnis werd uitgesproken op 4 maart 2009 door mr. A.A.E. Dorsman.
Uitkomst: Kredietnemer wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en wettelijke rente vanaf dagvaarding, contractuele rente en vertragingsvergoeding worden afgewezen.