ECLI:NL:RBAMS:2009:BH4456
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland zonder zeer dringende redenen
Eiser verbleef langer dan de toegestane vier weken in het buitenland, namelijk in Kenia van 12 december 2007 tot en met 29 januari 2008, waardoor hij de maximale periode voor bijstandsontvangers overschreed. Verweerder heeft daarom de bijstandsuitkering over januari 2008 met 21 dagen gekort. Eiser stelde dat hij vanwege hevige onlusten in het verblijfsoord niet kon terugreizen en dat dit een zeer dringende reden vormde voor verlengd verblijf.
De rechtbank overwoog dat de artikelen 13 en 16 van de Wet werk en bijstand (WWB) samen bezien ruimte bieden voor bijstand bij zeer dringende redenen, maar dat dit een acute noodsituatie vereist die niet op andere wijze kan worden verholpen. Hoewel onrust in het gebied een acute noodsituatie zou kunnen vormen, was onvoldoende aannemelijk dat eiser zich daadwerkelijk in dat gebied bevond of in een dergelijke noodsituatie verkeerde.
Daarom was verweerder niet bevoegd om bijstand toe te kennen op grond van artikel 16 WWB Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vordering af, zonder kostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting van de bijstandsuitkering wegens overschrijding van de verblijfsduur in het buitenland wordt ongegrond verklaard.