ECLI:NL:RBAMS:2009:BH3904
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens onvoldoende bewijs arbeid vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning
Op 21 april 2005 werd tijdens een controle vastgesteld dat A., een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, aanwezig was in de keuken van een onderneming. Verweerder legde een boete op aan eiseres wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Eiseres betwistte dat A. arbeid verrichtte en stelde dat hij enkel eten klaarmaakte voor eigen gebruik en zijn eigen bord afwaste, wat niet als arbeid in de zin van de Wav geldt.
De rechtbank oordeelde dat de processen-verbaal en verklaringen van de verbalisanten onvoldoende concreet waren over de aard en omvang van de werkzaamheden van A. De verbalisanten hadden niet gezien dat A. daadwerkelijk schoonmaakwerkzaamheden verrichtte. Ook de aanvullende verklaringen en schoonmaakroosters boden geen overtuigend tegenbewijs.
Gezien het punitieve karakter van de sanctie stelt de rechtbank strenge eisen aan de bewijsvoering. Omdat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat A. arbeid verrichtte, is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en herroept de boete.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzitter Kerstens-Fockens en griffier Soylu op 10 februari 2009.
Uitkomst: De boete wegens het laten verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.