ECLI:NL:RBAMS:2009:BH0490
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak politieagent in zaak overlijden gedetineerde door vermeende nalatigheid
In de nacht van 19 op 20 augustus 2003 overleed een man in een politiecel nadat hij was aangehouden wegens agressief gedrag. De verdachte, een politieagent die dienst had, werd vervolgd wegens het nalaten van het tijdig inroepen van adequate medische hulp, wat tot de dood van de man zou hebben geleid.
De rechtbank beoordeelde uitgebreid de feiten, waaronder de toestand van de overledene bij binnenkomst, de communicatie tussen betrokken agenten en ambulancepersoneel, en de medische kennis omtrent de symptomen die de man vertoonde. De verdachte had contact opgenomen met de psychiatrische crisisdienst en handelde op basis van de informatie die hem bekend was, waarbij hij aannam dat het ging om psychiatrische problematiek.
De rechtbank concludeerde dat de verdachte niet nalatig had gehandeld, mede omdat het medische personeel geen aanleiding zag tot ziekenhuisopname en de verdachte mocht vertrouwen op hun oordeel. Ook werd rekening gehouden met de geringe bekendheid met het ziektebeeld 'geagiteerd (cocaïne-)delirium' in 2003.
Daarom werd het ten laste gelegde niet bewezen verklaard en werd de verdachte vrijgesproken. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Uitkomst: De verdachte politieagent is vrijgesproken van nalatigheid bij het niet tijdig inroepen van medische hulp, ondanks het overlijden van de gedetineerde.