ECLI:NL:RBAMS:2009:BH0255
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Bedrijfsregeling schuldloze derde bij schade aan wegdek na kettingbotsing
Op 24 november 2005 vond een reeks aanrijdingen plaats op de Rijksweg A-44 te Oegstgeest, waarbij meerdere voertuigen betrokken waren. De Staat vordert vergoeding van de door haar geleden schade aan het wegdek, bestaande uit schoonmaakkosten, inzet van rijkspersoneel en administratiekosten, op grond van de Bedrijfsregeling schuldloze derde. Delta Lloyd, als WAM-verzekeraar van een van de betrokken bestuurders, betwist de vordering onder meer vanwege het ontbreken van aansprakelijkheidstelling en de strafrechtelijke vrijspraak van haar verzekerde.
De rechtbank stelt vast dat de regeling geen termijn bevat waarbinnen een schuldloze derde haar schadevergoeding moet indienen, waardoor de Staat niet is uitgesloten van haar vordering. De rechtbank oordeelt dat de Staat als schuldloze derde kan worden aangemerkt, ook al betreft het een rechtspersoon en was zij niet fysiek aanwezig bij het ongeval. Verder wordt geoordeeld dat Delta Lloyd als betrokkene in de zin van de regeling moet worden beschouwd, omdat er een verband bestaat tussen de eerste aanrijding en de daaropvolgende botsingen.
De rechtbank wijst het verweer van Delta Lloyd af dat haar verzekerde ook een schuldloze derde zou zijn, omdat uit het proces-verbaal blijkt dat de eerste aanrijding is ontstaan door een verkeersruzie waarbij schuld kan worden toegerekend. De vordering tot vergoeding van schoonmaakkosten wordt toegewezen, terwijl de vordering voor inzet van rijkspersoneel wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, maar administratiekosten worden niet apart toegekend omdat deze begrepen zijn in de incassokosten. Delta Lloyd wordt veroordeeld tot betaling van de toegewezen bedragen en proceskosten.
Uitkomst: Delta Lloyd wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, incassokosten en wettelijke rente aan de Staat.