ECLI:NL:RBAMS:2009:BG9067
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- G.M. van Dijk
- W.M. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor belastingfraude en valsheid in geschrifte
De rechtbank Amsterdam heeft op 7 januari 2009 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het verstrekken van onjuiste informatie aan de Belastingdienst en het gebruik van valse documenten. De tenlastelegging betrof onder meer het onjuist toepassen van het 45%-tarief op een uitbetaalde vergoeding die deels een bonus betrof.
De rechtbank oordeelde dat er geen wettelijke verplichting bestond voor verdachte om de informatie beschikbaar te stellen, aangezien de Belastingdienst slechts de gelegenheid gaf om te reageren op een voornemen tot navordering. Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat verdachte de betreffende overeenkomsten aan de Belastingdienst had verstrekt of daarvan gebruik had gemaakt. Het bewijs voor valsheid in geschrifte ontbrak eveneens.
De rechtbank overwoog verder dat de uitbetaalde vergoeding deels een bonus over 1999 betrof en niet geheel een vergoeding voor toekomstige inkomsten, waardoor de aangifte inkomstenbelasting onjuist was, maar dit was onvoldoende om tot een veroordeling te komen. Ook het verweer dat de officier van justitie ongerechtvaardigd selectief had gehandeld werd verworpen. Gezien het ontbreken van bewijs en onduidelijkheid over de toepasselijkheid van de belastingwetgeving werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en het ontbreken van een wettelijke informatieplicht.