ECLI:NL:RBAMS:2008:BH7391
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Marcus
- M.M. Beins
- H.L.L. Neervoort-Briët
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid bij rogatoir onderzoek
Verzoeker, verdachte in een strafzaak wegens poging tot uitlokking van moord, diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer die de zaak behandelden. Kern van het verzoek was dat de rechtbank buiten een openbare zitting om had besloten een rogatoir onderzoek in Turkije te laten plaatsvinden zonder aanwezigheid van de verdediging en zonder het standpunt van verzoeker te kennen.
De rechtbank had eerder besloten dat het rogatoir onderzoek noodzakelijk was voor de objectieve waarheidsvinding en dat de verdediging daarbij aanwezig zou zijn. Na weigering door Turkse autoriteiten om de verdediging toe te laten, vond overleg plaats waarbij de verdediging verzocht het onderzoek niet door te laten gaan. De rechtbank besloot echter op 14 oktober 2008 het onderzoek toch door te laten gaan, met mogelijkheden voor schriftelijke vragen van de verdediging aan de rechter-commissaris.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet gegrond was omdat het niet de taak van de wrakingskamer is om de inhoudelijke juistheid van beslissingen te toetsen, maar te beoordelen of er feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de rechters aantasten. De genomen beslissingen waren niet onbegrijpelijk en er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.