ECLI:NL:RBAMS:2008:BH7299
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Hees
- R.A.J. van der Linde
- H.C. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker, verdachte in twee zaken, diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die zijn zaken behandelde. Het verzoek was gebaseerd op de afwijzing van het verzoek om de zaken niet te voegen, de wijze van ondervraging, de weigering om de zaak aan te houden en het niet schorsen van de zitting.
De rechtbank oordeelde dat de genoemde omstandigheden, zowel afzonderlijk als gezamenlijk, geen aanleiding geven tot het vermoeden van vooringenomenheid. Procesbeslissingen kunnen niet in een wrakingsprocedure worden aangevochten; dat kan in hoger beroep. De rechterlijke onpartijdigheid was niet in het gedrang, omdat de beslissingen begrijpelijk waren en niet anders verklaard konden worden dan door vooringenomenheid.
De rechtbank concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond is en bepaalde dat de lopende procedures worden voortgezet zoals zij waren ten tijde van het verzoek. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 21 februari 2008.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen en de procedures worden voortgezet.