ECLI:NL:RBAMS:2008:BH3586
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 475e Rv op beslagvrije voet bij in buitenland wonende Nederlander niet in strijd met EU-recht
Eiser, woonachtig in Portugal, ontvangt sinds 1999 een WAZ-uitkering van het UWV. Na faillissement van een vennootschap waarvan eiser bestuurder was, legde de curator beslag op zijn uitkering, waarbij de beslagvrije voet op nul werd gesteld volgens artikel 475e Rv. Eiser stelde dat deze bepaling in strijd is met het EU-recht, met name artikel 10 van Pro Verordening 1408/71, omdat het vrije verkeer van personen wordt beperkt.
De rechtbank overwoog dat het UWV gehouden is mee te werken aan beslaglegging zonder de geldigheid te toetsen. De beslagvrije voet kan niet worden vastgesteld zonder inzicht in persoonlijke omstandigheden van eiser, die niet is gegeven. Artikel 10 van Pro Verordening 1408/71 ziet op beslissingen over toekenning of wijziging van uitkeringen, niet op executoriaal beslag.
Daarom is het beslag niet onrechtmatig en kan de vordering tot opheffing niet worden toegewezen. Ook een voorlopige vaststelling van een beslagvrije voet kan niet worden gedaan in dit kort geding. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het UWV en de curator.
Uitkomst: Vordering tot opheffing van beslag op WAZ-uitkering wordt afgewezen; beslag is niet onrechtmatig.