ECLI:NL:RBAMS:2008:BH1605
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over zorgplicht en informatieplicht bij offensief vermogensbeheer
Eiser A sloot in 1997 een vermogensbeheerovereenkomst met NTLA, waarin een matig defensief beleggingsbeleid was overeengekomen, bevestigd in een brief van februari 1998. NTLA voerde echter een offensief beleid met een hoog aandelenpercentage en kocht callopties, wat niet overeenkwam met de wensen van A. In 2001 sloot A een nieuwe overeenkomst met Delta Lloyd, die het beheer overnam.
A stelde dat NTLA en Delta Lloyd tekort waren geschoten in hun zorgplicht en onrechtmatig hadden gehandeld door een risicovol beleid te voeren, onvoldoende te informeren en te waarschuwen, en door provisiejagen. NTLA en Delta Lloyd betwistten dit, stelden dat het cliëntenprofiel was besproken, dat A akkoord was gegaan met het offensieve beleid, en dat zij niet aansprakelijk waren wegens exoneratieclausules en eigen schuld van A.
De rechtbank onderscheidde de periodes van NTLA en Delta Lloyd. Zij oordeelde dat NTLA tekort was geschoten door het offensieve beleid te voeren tegen de uitdrukkelijke wens van A en callopties te kopen. Dit was een grove schuld, waardoor exoneratie niet opging. Het causaal verband met de schade stond vast. Voor Delta Lloyd was onvoldoende gebleken dat zij tekort was geschoten; A had met haar beleggingsbeleid ingestemd. De stelling van antedatering van een brief door A werd verworpen.
De rechtbank veroordeelde NTLA tot schadevergoeding, betaling van buitengerechtelijke incassokosten van EUR 904,- en proceskosten van EUR 618,44. De vorderingen tegen Delta Lloyd werden afgewezen, en A werd veroordeeld in de proceskosten van Delta Lloyd van EUR 700,-. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: NTLA is toerekenbaar tekortgeschoten en veroordeeld tot schadevergoeding en kosten; vorderingen tegen Delta Lloyd worden afgewezen.