ECLI:NL:RBAMS:2008:BG9037
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.J.M. de Werd
- H.P.H.I. Cleerdin
- M.M. van der Nat
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 december 2008 de vordering tot overlevering van een persoon aan Oostenrijk op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Oostenrijkse justitiële autoriteiten. De opgeëiste persoon wordt verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder illegale handel in verdovende middelen, waarbij zowel lijstfeiten als niet-lijstfeiten aan de orde zijn.
De verdediging voerde aan dat de beschuldigingen onvoldoende concreet waren omschreven en dat enkele feiten niet voldeden aan de eisen van dubbele strafbaarheid, met name de feiten die niet als lijstfeiten worden beschouwd. Tevens werd een beroep gedaan op het proportionaliteitsbeginsel en fundamentele gemeenschapsrechten, stellende dat het hier om minor offences zou gaan die geen rechtvaardiging bieden voor overlevering.
De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, met voldoende specificatie van tijd, plaats en betrokkenheid. De vermeende professionele handel in drugs werd door de rechtbank als aannemelijk beschouwd, waardoor de strafrechtelijke kwalificatie standhoudt. Het proportionaliteitsbeginsel werd erkend, maar de rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die overlevering zouden moeten weigeren. Ook de door de verdediging aangevoerde fundamentele rechten werden niet als belemmering gezien.
Hoewel een deel van de feiten deels in Nederland zijn gepleegd, werd op grond van artikel 13 OLW Pro afgezien van de weigeringsgrond, omdat het belang van Oostenrijk bij vervolging prevaleert. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees op het ontbreken van een gewoon rechtsmiddel tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Oostenrijk toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.