ECLI:NL:RBAMS:2008:BG7130
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunning en schending redelijke termijn
Eiser kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. De overtreding werd vastgesteld tijdens een controle in februari 2005. Eiser voerde aan dat hij niet persoonlijk verantwoordelijk was omdat hij tijdens de overtreding in het buitenland verbleef en zijn bedrijfsleidster de werknemer had aangenomen zonder zijn toestemming.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar niet zelf de werknemer had aangenomen, maar dat hij als werkgever verantwoordelijk was omdat hij de bedrijfsvoering aan zijn bedrijfsleidster had toevertrouwd. De verwijtbaarheid werd echter als verminderd beoordeeld vanwege de omstandigheden waaronder eiser vertrok en zijn pogingen om overtreding te voorkomen.
Daarnaast constateerde de rechtbank dat de behandeling van het beroep ruim drie jaar had geduurd, wat een schending van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro betekende. De rechtbank matigde daarom de boete met 10% van €2000 naar €1800. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt gematigd van €2000 naar €1800 wegens verminderde verwijtbaarheid en schending van de redelijke termijn.