ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6622
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Interlocutoire uitspraak over overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens drugshandel
De rechtbank Amsterdam heeft op 14 november 2008 een interlocutoire uitspraak gedaan in een zaak waarin de overlevering van een in Nederland verblijvende Griekse verdachte werd gevraagd op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof drugshandel en bezit van verdovende middelen in Griekenland in oktober 1996. De verdachte bezit een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in Nederland, is hier geworteld en heeft familie en werk in Nederland.
De verdediging voerde onder meer aan dat de stukken onvolledig waren en dat sprake zou zijn van executie van een verstekvonnis. De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoende concreet was en dat het verzoek ziet op overlevering ter vervolging. Ook werd het verweer van schending van het recht op een redelijke termijn verworpen, mede omdat Griekenland een effectieve remedie biedt tegen schendingen van fundamentele rechten.
Een belangrijk punt was de vraag of een WOTS-garantie (waarbij de straf in Nederland kan worden ondergaan) kan worden geëist. De rechtbank stelde dat dit alleen kan indien Nederland rechtsmacht heeft over de feiten en de verdachte zijn verblijfsrecht niet verliest door de straf. Dit wordt nader onderzocht, waarbij de Immigratie- en Naturalisatiedienst wordt geraadpleegd. De procedure wordt geschorst voor maximaal vier weken om dit onderzoek mogelijk te maken.
Uitkomst: De procedure wordt geschorst voor maximaal vier weken voor nader onderzoek naar verblijfsrecht en WOTS-garantie.