ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6099
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. Klomp
- P.H.A. Knol
- A. Belcheva
- Rechtspraak.nl
Schorsing van overleveringsprocedure wegens onduidelijkheid verblijfsrecht EU-onderdaan
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 november 2008 een verzoek tot overlevering van een Poolse EU-onderdaan op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De verdachte wordt verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een feit dat deels op Nederlands grondgebied zou zijn gepleegd.
De verdediging voerde aan dat overlevering geweigerd moet worden omdat de feiten zich grotendeels in Nederland hebben voorgedaan en de verdachte als EU-onderdaan gelijkgesteld moet worden aan een Nederlander, waardoor een garantie vereist is dat hij na strafuitvoering in Polen zijn verblijfsrecht in Nederland behoudt. De officier van justitie betwistte dit en stelde dat het verblijf van twee jaar te kort is om aanspraak te maken op deze garantie.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende duidelijkheid bestaat of de verdachte zijn verblijfsrecht in Nederland zal verliezen na strafuitvoering in Polen. Daarom werd het onderzoek heropend en de procedure geschorst voor onbepaalde tijd. De officier van justitie werd opgedragen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te informeren naar de verblijfsrechtelijke gevolgen van overlevering.
De verdachte werd opgeroepen voor een nieuwe zitting met een tolk Poolse taal. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank schorst de overleveringsprocedure en draagt op om informatie in te winnen over het verblijfsrecht van de verdachte na strafuitvoering.